Cap’Ten

Met behulp van een koffertje vol hulpmiddelen leren jonge leerlingen hoe ze een eigen project op hun maat kunnen voeren. Het is nooit te vroeg om de zin voor initiatief die in elk van ons sluimert, aan te wakkeren. Vandaar dat het programma Cap’Ten zich richt tot de leerlingen van het 5e en 6e leerjaar van het lager onderwijs en de leerlingen uit de eerste graad van het secundair onderwijs. Cap’Ten bestaat uit een hele reeks hulpmiddelen waarmee elk kind kan dromen over een eigen project, en het vervolgens ook kan realiseren. Een project dat het kind op school creëert, met de hulp van de leerkracht, maar in de grootst mogelijke autonomie. Op die manier leert het kind en ontwikkelt het tien vaardigheden: keuzes kunnen maken, zelfstandigheid, vindingrijkheid, doorzettingsvermogen, organisatietalent, creativiteit, teamspirit, openheid, contactvaardigheid en nieuwsgierigheid. De leerkracht krijgt een koffertje met daarin een vaardigheidsspel dat de leerlingen leert om de betekenis van woorden zoals creativiteit, doorzettingsvermogen … beter te leren begrijpen. Als introductie op het project laat de leerkracht de leerlingen luisteren naar een cd waarop het verhaal wordt verteld van Jakkes de mier, de mascotte van het project. Via een pedagogisch dossier kan de leerkracht de leerlingen vervolgens begeleiden tijdens de verschillende stappen. De leerling krijgt een kit met daarin de Gids van Jakkes: dit hulpmiddel voor zelfstandigheid bevat heel wat tips en goede raad. In de kit zitten ook 7 fiches “Op het goede spoor”, een organisatiehulpmiddel dat de leerling herinnert aan de belangrijke fasen van het project, de Miertjemijnspiegel waarmee de leerling zichzelf kan beoordelen en een brief voor de ouders. In de loop van het project wordt in de klas af en toe een “ideeënmarkt” georganiseerd. De leerlingen kunnen dan vragen stellen, samen naar oplossingen zoeken en ideeën uitwisselen. In dit project is geen plaats voor concurrentie of discriminatie, want elke leerling legt de lat zo hoog als zijn middelen en interesses hem of haar toelaten. Verder kan hij of zij het project aan het eigen tempo voortzetten gedurende de 3 tot 6 maanden dat het project duurt. Het programma is flexibel en kan voor iedereen worden aangepast, zelfs voor leerlingen die de landstaal niet beheersen. En voor de leerkracht die zich in dit avontuur stort, is het een mooie gelegenheid om zijn of haar leerlingen op een andere manier te leren kennen.

 

On-line registratie